Van veen en turf tot een dorp aan de vaart — hoe Balkbrug, de Dedemsvaart en de oude gemeente Avereest met elkaar verweven raakten.
De oorsprong
Balkbrug is genoemd naar een balk die onder een van de bruggen over de Dedemsvaart lag. Die balk was geen toevallig stuk hout, maar een diepgangregelaar: hij kon hoger of lager worden gezet en bepaalde zo hoeveel water een schip onder de brug door mocht steken. Schepen die te diep geladen waren — en dus te veel water verplaatsten — konden er niet overheen. Op die manier werden de bovengelegen, ondiepere kanaalvakken beschermd tegen overbelasting.
Een speciale ambtenaar, de balkmeester, stelde de hoogte van de balk in naar gelang de waterstand. Zat een schip te diep, dan moest de schipper lichten (een deel van de lading lossen), wachten op hoger water, of de sluiswachters bovenstrooms water laten opzetten. De brug werd in de volksmond “de balkbrug”, en die naam ging over op de nederzetting die eromheen groeide.
Het kanaal
Het noordoosten van Overijssel was eeuwenlang een onafzienbaar hoogveengebied. Om dat veen te kunnen ontginnen en de turf af te voeren, was een waterweg nodig. De man achter het plan was baron Willem Jan van Dedem, die grote delen van het veen in bezit had.
Toen koning Lodewijk Napoleon in maart 1809 Overijssel bezocht, legde Van Dedem hem — samen met de Hasselter stadssecretaris Zacharias Tijl — het plan voor. De koning gaf ter plekke toestemming. Op 9 juli 1809 ging bij Hasselt de eerste spade de grond in.
Het kanaal, dat de naam van zijn initiatiefnemer kreeg, liep over zo’n 40 kilometer van Hasselt richting de Overijsselse Vecht. Het verbond het veen met de buitenwereld en werd snel een economische levensader. De cijfers spreken voor zich:
Langs de oevers ontstonden nieuwe nederzettingen: het grotere Dedemsvaart als centrum van de veenafgraving, en Balkbrug op het punt waar de vaart de weg van Ommen naar Meppel kruiste. Turfgravers trokken van heinde en verre naar het gebied — uit Groningen, Friesland en Westfalen.
Na de Tweede Wereldoorlog verloor de Dedemsvaart haar functie: de turf was grotendeels op en het vervoer verschoof naar de weg. In 1965 besloten de Provinciale Staten van Overijssel het kanaal te dempen. In de jaren ’60 werden grote delen dichtgegooid; over een deel van de oude bedding ligt nu de N377. Het water verdween, maar de vaart leeft voort in straatnamen, in het dorpsbeeld en in de naam Balkbrug zelf.
De oude gemeente
Lange tijd was Balkbrug geen zelfstandige gemeente, maar onderdeel van de gemeente Avereest. Die gemeente ontstond na de herindeling van Overijssel en bestond vanaf 1 juli 1818. Avereest bundelde drie kernen:
De bloei van de veenafgraving lag tussen 1850 en 1860. Rond 1850 werkten zo’n 3.200 mensen in het veen; tegen 1885 was dat aantal gedaald tot enkele honderden, omdat het bruikbare veen oostwaarts was uitgeput.
Na ruim twee eeuwen kwam er een einde aan de zelfstandige gemeente: op 1 januari 2001 fuseerde Avereest met Gramsbergen en Hardenberg tot de huidige gemeente Hardenberg.
Schans & kolonie
Ten zuiden van Balkbrug ligt de Ommerschans, oorspronkelijk een vestingschans uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog, aangelegd om de route langs Ommen te bewaken. In de negentiende eeuw kreeg het terrein een heel andere bestemming.
Vanaf 1818–1819 gebruikte generaal Johannes van den Bosch de schans voor zijn Maatschappij van Weldadigheid. Hier verrees een bedelaarskolonie: werklozen en bedelaars werden er ondergebracht en moesten woeste grond ontginnen. Die kolonie bracht mensen, werk en bedrijvigheid naar het gebied en versnelde de groei van Balkbrug.
Na 1892 nam het ministerie van Justitie het terrein over. Op de fundamenten van de oude instellingen ontstond wat later Veldzicht zou worden — een lijn die tot op de dag van vandaag doorloopt. Lees verder over Veldzicht →
Lang voordat de auto het overnam, reed de stoomtram dwars door Balkbrug. De Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij (DSM), opgericht in 1885, opende in 1886 haar eerste lijn. Het net groeide gestaag: rond 1920 was het met zo’n 140 kilometer spoor op zijn grootst en verbond het Zwolle, Meppel, Dedemsvaart, Hoogeveen, Hardenberg, Coevorden en Ter Apel.
Vanuit Dedemsvaart liepen de rails over de brug over de Langewijk via De Pol naar Balkbrug. In het dorp bleef de tram aan de noordkant van de vaart, langs het eigen stationnetje en voorbij twee sluizen, om daarna naar de zuidkant van het kanaal over te steken. De tram hoorde bij het dagelijks leven: schoolkinderen, marktkooplui en handelaren reisden ermee mee.
In 1908 werd Balkbrug zelfs een knooppunt. De Spoorweg-Maatschappij Meppel–Balkbrug opende dat jaar haar lijn, die door de DSM werd geëxploiteerd. Over 21 kilometer — 7 in Overijssel, 14 in Drenthe — telde ze maar liefst 70 bochten, het grootste aantal van het hele Nederlandse tramnet. Die kronkels ontstonden doordat boeren, vooral bij Lutten-Oever, bezwaar maakten tegen de tram over hun land: ze waren bang dat hun paarden op hol zouden slaan. De locomotieven droegen namen als Minister Kraus, Meppel, De Wijk en De Bloemberg.
De DSM ging in 1936 op in de EDS, en de lijn naar Meppel verloor in de loop der jaren haar betekenis. In 1947 reed de laatste tram vanuit Dedemsvaart; daarna werden de rails opgebroken. Daarmee kwam een einde aan de Dedemsvaartse tram — al herinneren straatnamen en het tracé van de oude trambaan er nog aan.
In vogelvlucht
Bij Hasselt begint het graafwerk aan het kanaal van baron Van Dedem.
Balkbrug wordt onderdeel van de nieuwe gemeente Avereest. Bij de Ommerschans start de bedelaarskolonie.
Jan ten Kate bouwt de korenmolen die het dorp tot vandaag siert.
De Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij verbindt Balkbrug met de regio. In 1908 wordt het dorp zelfs spoorknooppunt richting Meppel.
Bij de Ommerschans opent een rijksopvoedingsgesticht met een gebouw genaamd Veldzicht.
112 boeren richten samen een zuivelcoöperatie op — de kiem van de huidige kaasfabriek.
Negen dorpsgenoten worden door een Duits “terreurpeloton” gefusilleerd, vlak voor de bevrijding.
De Dedemsvaart verliest haar functie en wordt gedempt; de N377 komt over de bedding te liggen.
Avereest gaat samen met Gramsbergen en Hardenberg op in de nieuwe gemeente Hardenberg.
Het drukke kruispunt verdwijnt: het verkeer gaat voortaan ónder het dorp door.
1945
De oorlog liet diepe sporen na in Balkbrug. Toen Canadese troepen tegen het einde van de oorlog richting Dedemsvaart oprukten, arresteerden leden van het verzet enkele collaborateurs. Maar de Canadezen trokken zich tijdelijk terug — en daar maakte de bezetter gebruik van.
Op 6 april 1945 kwam een groep Duitse Grenzpolizei naar Balkbrug, bevrijdde de gevangenen en pakte op zijn beurt een twintigtal plaatselijke mannen op — sommigen betrokken bij het verzet, anderen onschuldige omstanders. Negen van hen werden zonder vorm van proces op straat doodgeschoten.
Ter nagedachtenis staat in het dorp een zwerfkei met een gedenkplaat, onthuld in 1955. Lees meer over het oorlogsmonument →