De plekken en gebouwen die het verhaal van Balkbrug vertellen — van een malende molen en een wereldberoemde kaas tot een markante kliniek en een stille gedenksteen.
Foto: Silver Spoon, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons
De rietgedekte, achtkante stellingkorenmolen De Star is het beeldmerk van Balkbrug. Hij werd in 1848 gebouwd door Jan ten Kate, als opvolger van de oudere Katingermolen die te weinig capaciteit had.
Op 25 maart 1882 sloeg de bliksem in en brandde de molen tot de stelling af. Roelof ten Kate herbouwde hem nog datzelfde jaar — deels met onderdelen van een molen uit Deventer. In sommige registers staat daarom 1882 als bouwjaar genoteerd.
In 1974–’75 werd het bovenstuk zo’n 500 meter verplaatst, weg van de silo’s en schuren van de coöperatie, naar een open veld op een nieuwe gemetselde voet. Sinds 1971 is De Star een rijksmonument; hij is eigendom van de gemeente Hardenberg en wordt door vrijwillige molenaars nog altijd maalvaardig gehouden.
In 1908 sloegen ruim honderd boeren de handen ineen en richtten een zuivelcoöperatie op. Daaruit groeide de kaasfabriek die vandaag onderdeel is van FrieslandCampina. In 1976 gold de fabriek als de grootste en modernste van Europa.
Balkbrug is gespecialiseerd in gatenkaas: Emmentaler en Maasdam. Jaarlijks verwerkt de fabriek honderden miljoenen kilo’s melk tot tienduizenden tonnen kaas, met zo’n 120 medewerkers in een continudienst.
Het bekendste geluid van het dorp is de stoomfluit van de fabriek. In 2001 gerestaureerd, klinkt hij nog steeds drie keer per dag — om 08:00, 12:00 en 16:30 uur. Vroeger gaf de fluit het middageten aan en de melktijden voor de boeren in de omtrek; vandaag is het een geliefd stukje dorpserfgoed.
Decennialang was Takens het bruisende uitgaanshart van de wijde regio: een dancing en discotheek midden in het dorp, met twee zalen, een bar en een bowlingbaan. In de grote zaal draaide de dj singles, in de kleine zaal stonden live-acts. De karakteristieke rode luifeltjes maakten het pand befaamd — het werd weleens “het mooiste pand van Overijssel” genoemd.
De horecazaak ging eerder schuil onder de namen Leunge en Lok; vanaf de jaren ’60 werd het Takens. Een rookverbod, de crisis en de verhoogde leeftijdsgrens voor alcohol braken de zaak op. Rond 2014–2015 volgde het faillissement; begin 2019 werd het gebouw gesloopt. Op de plek verrijzen woningen — maar bij oudere dorpsbewoners leeft Takens voort als een begrip.
Justitie & zorg
Aan de rand van Balkbrug ligt Veldzicht, een rijksinrichting met een opmerkelijk gelaagde geschiedenis die teruggaat tot de Ommerschans. Op de plek van de oude bedelaarskolonie opende in 1894 een rijksopvoedingsgesticht voor jongens — het grootste van het land. Het hoofdgebouw heette Veldzicht.
In 1933 werd Veldzicht het eerste rijksasiel voor ter beschikking gestelden (de voorloper van de huidige tbs). Na de oorlog verschoof de nadruk van louter opsluiting naar psychiatrische en psychologische behandeling; in 1988 werd “tbr” “tbs” en groeide Veldzicht uit tot een forensisch-psychiatrisch centrum.
In 2013 dreigde sluiting om te bezuinigen, maar na protest bleef de inrichting bestaan. Sinds 1 januari 2016 heet het officieel het Centrum voor Transculturele Psychiatrie (CTP) Veldzicht, gespecialiseerd in forensische zorg voor patiënten met uiteenlopende culturele achtergronden. Veldzicht is — met de Ommerschans en het opvoedingsgesticht als voorlopers — een belangrijke reden waaróm Balkbrug groeide, en nog altijd een grote werkgever.
Balkbrug begon bij de brug waar de Dedemsvaart de weg van Ommen naar Meppel kruiste — het dorp had ooit de laatste ophaalbrug van de vaart. Toen het kanaal in de jaren ’60 werd gedempt en de N377 over de bedding kwam te liggen, veranderde dat historische punt in een druk kruispunt midden in het dorp, dat de twee dorpshelften van elkaar scheidde.
Als onderdeel van het project Vechtdal Verbinding pakte de provincie Overijssel dat aan. De bouw startte in februari 2020; de betonnen tunnelbak werd grotendeels onder water aangelegd — een “monsterklus”. In maart 2021 ging de onderdoorgang open.
Sindsdien gaat het doorgaande verkeer ónder het centrum door en verbindt een nieuw dorpsplein de noord- en zuidkant van Balkbrug weer met elkaar. De verkeersveiligheid en de leefbaarheid gingen er flink op vooruit.
6 april 1945
Aan de Meppelerweg herinnert een zwerfkei met gedenkplaat aan het drama dat zich vlak voor de bevrijding in Balkbrug afspeelde. Op 6 april 1945 werden negen plaatselijke mannen door een Duits “terreurpeloton” zonder vorm van proces doodgeschoten.
Het monument werd in 1955 onthuld en in 2007 verplaatst naar een groene plek bij het kruispunt. De inscriptie luidt:
Daaronder staan de namen van de negen slachtoffers:
J. Boerman
L. Bouwknegt
H.G.J. Jansen
L. ten Kate
H. Logtenberg
G.H. Reinink
A.B.A. Rijkers
J. Sluijer
J.H. Veldhuis
Elk jaar op 4 mei worden de slachtoffers bij het monument herdacht.
Foto: IJsbrand Heins / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
In het buurtschap Oud-Avereest staat de Reestkerk, de hervormde kerk van de Protestantse Gemeente Oud Avereest–Balkbrug. Het huidige gebouw — een eenvoudige, traditioneel-ambachtelijke zaalkerk met rondboogvensters en een dakruiter — werd in 1851–1852 gebouwd en is al de derde kerk op deze plek. De toren werd in 1874 vernieuwd. Sinds 11 mei 1971 is de kerk een rijksmonument; ze ligt in het beschermde dorpsgezicht Oud Avereest–Den Huizen.
De kerk bewaart bijzonderheden uit een ver verleden: een bronzen klok uit 1698 en een Van Loo-orgel uit 1866/’67. Sinds 2010 zet de stichting Vrienden van de Reestkerk zich in voor het behoud.
Het bijbehorende kerkhof is cultuurhistorisch waardevol: het is eeuwenoud, en op de iets hoger gelegen — nog altijd zichtbare — verhevenheid stonden de eerdere kerken. De graven liggen van oudsher in blokken per boerderij gerangschikt, een stille weerspiegeling van de oude dorpsgemeenschap.